Wolven laten als hoogontwikkelde zoogdieren grote verschillende individuele en regionale sociale gedragingen zien.
Wolven ouders geven hun eigen individuele gedragingen door aan hun kinderen, daarom kun je dus ook bij het diersoort wolf spreken dat ze een cultuur hebben.
De “doorsnee” wolf leeft in een kleine familie die bestaat uit de ouders en hun pups. Maar meestal zijn er ook nog jaarlingen en oudere nakomelingen in de familie. De meeste nakomelingen verlaten hun familie met een leeftijd van 10 tot 22 maanden en gaan op zoek naar een partner en een eigen territorium. Maar er zijn ook dieren die tot op een leeftijd van 3 tot 4 jaar bij hun ouders blijven, voordat ze op zoek gaan naar een eigen territorium om zelf
een familie te stichten. Meestal krijgen de wolven op de leeftijd van 2 tot 4 jaar voor de eerste maal pups, waarbij de overlevingskansen voor de pups stijgt met de ervaring en de leeftijd van de moederwolf. In de regel blijven wolvenouders hun hele leven bij elkaar en verdedigen hun territorium indien nodig tegen vreemde wolven.